Blogging

Zo bereken je wat je keukenapparaten per jaar aan stroom kosten

De keuken is voor veel huishoudens de plek waar de meeste stroom verdwijnt. De koelkast draait dag en nacht, de vaatwasser gaat een paar keer per week aan en de oven trekt flink wat vermogen zodra je iets bakt. Toch weten weinig mensen wat die apparaten per jaar precies kosten. Dat is jammer, want met een beetje rekenwerk zie je snel waar je geld naartoe gaat.

In dit artikel krijg je een eenvoudige rekenmethode waarmee je het verbruik van je eigen apparaten schat. Je hebt alleen het vermogen of het opgegeven verbruik nodig, plus je stroomprijs. Daarna zie je vanzelf waar besparen het meeste oplevert.

De basisformule

Elk elektrisch apparaat heeft een vermogen in watt (W). Dat staat meestal op een sticker aan de achter- of onderkant, of in de handleiding. Het verbruik in kilowattuur (kWh) bereken je zo: vermogen in watt × aantal uren gebruik ÷ 1000. Vermenigvuldig dat met het aantal dagen per jaar dat je het apparaat gebruikt en met je prijs per kWh, en je weet wat het kost.

Een voorbeeld: een waterkoker van 2000 watt staat dagelijks zo’n zes minuten aan, dus een tiende uur. Dat is 2000 × 0,1 ÷ 1000 = 0,2 kWh per dag, ofwel 73 kWh per jaar. Reken je met een stroomprijs van €0,30 per kWh, dan kost die waterkoker je ongeveer €22 per jaar. Kijk op je energiecontract voor je eigen tarief, want dat verschilt per leverancier en per moment.

De koelkast: klein vermogen, altijd aan

Bij een koelkast werkt de formule met watt minder goed, omdat de compressor steeds aan- en uitslaat. Gelukkig hoef je hier niet te rekenen met uren. Op het energielabel staat het verbruik in kWh per jaar. Een moderne koelkast zonder vriesvak verbruikt vaak tussen de 100 en 150 kWh per jaar, een grote koel-vriescombinatie al snel 200 tot 300 kWh.

Met €0,30 per kWh kost een zuinige koelkast dus rond de €30 tot €45 per jaar, terwijl een oud exemplaar van vijftien jaar of ouder soms het dubbele of meer verbruikt. Heb je geen label meer, dan kun je een energiemeter tussen stekker en stopcontact zetten. Laat die een week meten en vermenigvuldig de uitkomst met 52.

Vaatwasser en oven: verbruik per keer

Voor de vaatwasser en de oven reken je het handigst per gebruiksbeurt. Een vaatwasser verbruikt op het eco-programma vaak rond de 0,8 tot 1 kWh per wasbeurt, op een intensief programma kan dat oplopen tot 1,5 kWh. Draai je vier keer per week eco, dan kom je uit op ongeveer 200 kWh per jaar, zo’n €60.

Een elektrische oven heeft een vermogen van 2000 tot 3500 watt, maar staat niet continu op vol vermogen. Na het opwarmen schakelt het verwarmingselement regelmatig uit. Een uur bakken kost daardoor gemiddeld ongeveer 1 tot 1,5 kWh. Gebruik je de oven drie keer per week een uur, dan zit je op zo’n 150 tot 230 kWh per jaar. Een heteluchtoven of airfryer gebruikt voor kleine porties vaak duidelijk minder.

Vergeet de kleine apparaten niet

Magnetron, broodrooster, koffiezetapparaat en waterkoker lijken onschuldig, maar samen tellen ze op. Ze hebben vaak een hoog vermogen, alleen staan ze kort aan. Met de basisformule bereken je per apparaat in een paar minuten wat het jaarlijks kost. Ook stand-byverbruik telt mee: een koffiemachine die de hele dag warm blijft of een magnetron met klokje verbruikt ongemerkt stroom.

Wil je weten hoe zuinig verschillende modellen zijn voordat je iets nieuws aanschaft, dan kun je op een vergelijkingssite als 123keukenplaza.nl keukenproducten naast elkaar bekijken. Let daarbij vooral op het vermogen en, waar van toepassing, het energielabel.

Waar je het meest bespaart

Als je de bedragen naast elkaar zet, zie je snel waar de winst zit. Apparaten die altijd aan staan of vaak draaien, leveren de grootste besparing op. Een paar gewoontes maken al verschil:

  • Laat de vaatwasser alleen vol draaien en kies het eco-programma.
  • Zet de koelkast op 4 graden en houd de achterkant stofvrij.
  • Verwarm de oven alleen voor als het recept het echt vraagt.
  • Kook alleen de hoeveelheid water die je nodig hebt.
  • Haal apparaten met een warmhoudfunctie of klokje van de stekker als je ze niet gebruikt.

Zelf aan de slag

Pak een vel papier of een spreadsheet en zet je keukenapparaten onder elkaar. Noteer per apparaat het vermogen of het jaarverbruik, schat hoe vaak je het gebruikt en reken het bedrag uit met je eigen stroomprijs. Binnen een kwartier heb je een overzicht dat vaak verrassend is. Misschien blijkt die oude vriezer in de bijkeuken de grootste stroomslurper, of valt de oven juist mee. Met die kennis kun je gerichter besparen en bij een volgende aankoop beter inschatten wat een apparaat je op de lange termijn werkelijk kost.